Foutje, bedankt! Kan een werkgever een aan de werknemer per ongeluk dubbel betaalde bonus terugvorderen?
Stel: een werknemer ontvangt per abuis twee keer een bonus in plaats van eenmaal. De werkgever merkt dit niet (direct) op en een aantal maanden later sluiten werknemer en werkgever een vaststellingsovereenkomst waarna de arbeidsovereenkomst eindigt. In de vaststellingsovereenkomst wordt volledige finale kwijting afgesproken. (Pas) vijf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst komt de werkgever erachter dat zij de werknemer een dubbele bonus heeft uitbetaald. De vraag is of de werknemer de dubbele bonus moet terugbetalen, ondanks dat finale kwijting is overeengekomen. Nee, zo oordeelde de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam in een recente uitspraak. De werknemer is in deze specifieke situatie niet gehouden de te veel betaalde bonus terug te betalen.
Achtergrond van de zaak
Een werknemer is sinds 1 november 1996 in dienst van de werkgever. De werknemer ontvangt ieder jaar een bonus. De hoogte van de bonus is voor het jaar 2021 vastgesteld op € 52.387,43 bruto. In april 2022 is deze bonus per ongeluk twee keer aan de werknemer uitbetaald. Een jaar later, op 17 april 2023, sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin is afgesproken dat de arbeidsovereenkomst per 1 september 2023 eindigt. Het vertrek van de werknemer en de dubbele betaling van de bonus staat geheel los van elkaar. De werknemer ontvangt een beëindigingsvergoeding van € 284.644 bruto. Bij het berekenen van de hoogte van de beëindigingsvergoeding is het gemiddelde van de bonussen over 2020, 2021 en 2022 meegenomen, met dien verstande dat over het jaar 2021 is gerekend met eenmaal de bonus en niet de dubbele bonus zoals die feitelijk is uitbetaald. De vaststellingsovereenkomst bevat, zoals te doen gebruikelijk, een alles omvattend finaal kwijtingsbeding. Op basis van die afspraak hebben partijen niks meer van elkaar te vorderen; alles is afgerond.
In januari 2024 heeft de werkgever de werknemer geïnformeerd dat zij erachter is gekomen dat er per ongeluk een dubbele bonus is uitbetaald en dat dit bedrag zal worden verrekend met het bedrag dat werknemer nog tegoed had van werkgever. De reden dat werknemer nog een bedrag tegoed had van werkgever had fiscale redenen, nu werknemer zowel in België als in Nederland voor werkgever werkzaam is geweest. De werknemer is het niet eens met de verrekening en beroept zich op de finale kwijting in de vaststellingsovereenkomst.
De rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer de dubbel betaalde bonus niet hoeft terug te betalen. De ruime finale kwijting die is afgesproken in de vaststellingsovereenkomst staat hieraan in de weg.
Onverschuldigde betaling
Volgens de werkgever is sprake van onverschuldigde betaling, oftewel: er is betaald zonder rechtsgrond. Dat is op zichzelf juist, maar de vordering van werkgever op grond van onverschuldigde betaling stuit niettemin af op de overeengekomen finale kwijting, aldus de kantonrechter. Ook het feit dat de rechter ervan overtuigd is dat de werknemer er ten tijde van het tekenen van de vaststellingsovereenkomst van op de hoogte was dat hij te veel bonus had ontvangen, maakt dit niet anders. Finale kwijting is finale kwijting.
Dwaling
Vaststaat dat de werkgever niet op de hoogte was van de dubbele betaling op het moment van het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst. Volgens de werkgever valt de onverschuldigde betaling daarom niet onder de finale kwijting uit de vaststellingsovereenkomst en doet daarmee een beroep op ‘dwaling’. Dwaling is een situatie waarin iemand een overeenkomst sluit terwijl hij een verkeerde voorstelling van zaken heeft over een belangrijk feit. In dit geval wordt finale kwijting overeengekomen, terwijl de werkgever op dat moment niet wist van de dubbel betaalde bonus. Ook daar gaat de rechter echter niet in mee. Het doel van een vaststellingsovereenkomst is juist het beëindigen of het voorkomen van onzekerheden en een rechter moet daarom terughoudend zijn met het toekennen van een beroep op dwaling.
Finale kwijtingsbeding
De tekst van het finale kwijtingsbeding is bovendien duidelijk, aldus de kantonrechter. Partijen hebben namelijk afgesproken dat, behoudens nakoming van de afspraken in de vaststellingsovereenkomst, zij over en weer geen andere aanspraken meer hebben voortkomend uit de arbeidsovereenkomst en/of de beëindiging daarvan. Gezien de brede formulering van het finale kwijtingsbeding, waarin onder andere de woorden “mogelijke” en “alle” aanspraken worden gebruikt en bedoeld zijn om alles volledig af te handelen, vindt de kantonrechter in deze situatie dat de kwijting ook geldt voor aanspraken uit de arbeidsovereenkomst waarvan de werkgever bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst nog niet op de hoogte was, zoals in dit geval de onverschuldigde betaling in verband met de dubbel betaalde bonus.
De kantonrechter merkt tot slot nog op dat er al een jaar was verstreken tussen het moment van de dubbele bonusbetaling en de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst. Bovendien werd werkgever geadviseerd door professionele adviseurs bij het opstellen van de vaststellingsovereenkomst. Dit wordt de werkgever dus tegengeworpen.
Conclusie en tips voor de werkgever
Uit deze uitspraak volgt dat alle vorderingen, ongeacht of je daar vóór of ná het tekenen van de vaststellingsovereenkomst mee bekend wordt, onder een ruim omschreven finaal kwijtingsbeding vallen. Let wel, voor een werknemer die tijdens het onderhandelen over een vaststellingsovereenkomst niet wordt bijgestaan door een jurist achten wij het niet uitgesloten dat een rechter dan wel bereid is de werknemer tegemoet te komen en een vordering die eigenlijk onder het finale kwijtingsbeding valt alsnog (gedeeltelijk) toe te kennen.
Een vaststellingsovereenkomst bevat altijd een finaal kwijtingsbeding. Mede gelet op deze zaak, is het daarom belangrijk zorgvuldig te zijn met de formulering van een finaal kwijtingsbeding:
- Ga altijd na of er nog mogelijke vorderingen of aanspraken zijn op de ander;
- Als dat zo is, pas het finale kwijtingsbeding daarop aan. Op die manier kun je realiseren dat een bepaalde openstaande vordering of aanspraak niet onder het finale kwijtingsbeding valt;
- Wees desalniettemin terughoudend met een finaal kwijtingsbeding met ‘open eindjes’. Daar is een finaal kwijtingsbeding in de kern immers niet voor bedoeld en partijen streven er juist naar om alles af te ronden en ‘konijnen uit de hoge hoed’ te voorkomen.
Gepubliceerd op LinkedIn, 5 maart 2026
Nieuws & Kennis

