Wanneer wordt obesitas beschouwd als ziekte en hoe worden de beperkingen in dat geval vertaald naar de FML?
9 februari 2026
Hoe wordt in de rechtspraak aangekeken tegen morbide obesitas, wordt het beschouwd als ziekte? En wat wordt verwacht van de arts die de FML invult: moet hij zich richten op wat feitelijk mogelijk is of op wat het beste zou zijn voor de betrokkene? Daarover sprak de rechtbank Gelderland zich recent uit.
Ziekte of niet?
De Centrale Raad oordeelde eerder al dat overgewicht in zijn algemeenheid niet als een ziekte of gebrek kan worden aangemerkt. Maar bij “buitengewoon overgewicht” kan daar wel sprake van zijn. Wordt voldaan aan de criteria voor morbide obesitas dan wordt uitgegaan van buitengewoon overgewicht (en dus van ziekte).
Het College voor de Rechten van de Mens ziet morbide obesitas zelfs als chronische ziekte zodat de Wet gelijke behandeling op grond van handicap op chronische ziekte (WGBH/CZ) van toepassing is. De werknemer met morbide obesitas heeft op grond daarvan extra bescherming en mag niet gediscrimineerd worden vanwege zijn gewicht.
Casus
In de zaak bij de rechtbank Gelderland werd, onder andere, in de FML opgenomen dat betrokkene twee uur achtereen kon zitten met een maximum van acht uur per werkdag. De betrokkene zelf gaf echter aan dat hij zijn dag vooral liggend moest doorbrengen vanwege de pijn.
Bewegen is goed
De FML in deze zaak werd opgesteld door een verzekeringsarts van het UWV. Ter onderbouwing van die FML werd gesteld:
“Voor zijn ziekte is het namelijk niet helpend om zo weinig te bewegen. De vicieuze cirkel moet worden doorbroken, onder meer door werk, door betrokkene in beweging te krijgen.”
“Als klant zich gaat belasten zoals in de FML tot uiting komt is er gezondheidswinst te verwachten.”
“Het zou juist goed zijn wanneer client, ook door werk, meer in beweging komt. Het belastbaarheidsprofiel wordt dan ook op deze manier ingestoken.”
Doel FML
De rechtbank leidt hieruit af dat de verzekeringsarts het uit therapeutisch oogpunt wenselijk vindt dat betrokkene meer gaat bewegen en overdag niet gaat liggen. Dat is volgens de rechtbank echter niet het doel van de FML:
“De vraag waar het bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid om gaat is hoe de belastbaarheid van betrokkene is .. . Het gaat .. niet om wat aangewezen is voor betrokkene. Van belang is wat de functionele mogelijkheden van betrokkene zijn .. .”
Conclusie
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het oordeel van het UWV niet voldoende gemotiveerd is. Het UWV moet de belastbaarheid opnieuw onderzoeken en motiveren welke arbeidsmogelijkheden de betrokkene feitelijk heeft.
Tip!
Natuurlijk is deze uitspraak interessant voor de degenen die de FML invullen zoals verzekeringsartsen en bedrijfsartsen. Maar ook voor andere professionals die te maken hebben met verzuimbegeleiding is het goed om te weten dat de FML geen behandelplan is met de wenselijke mate van activiteit. Het is een momentopname waarop de feitelijke belastbaarheid in kaart wordt gebracht. Houdt dat onderscheid scherp voor ogen!
Gepubliceerd op LinkedIn, 9 februari 2026
Nieuws & Kennis

