Skip to main content

Overuren: wie niet klaagt, wie niet wint?

27 mei 2022

Als een werknemer in opdracht overuren maakt, heeft hij/zij vaak recht op uitbetaling of compensatie in tijd van de deze uren. Wanneer een werknemer te weinig overuren uitbetaald heeft gekregen, heeft de werknemer een loonvordering op de werkgever. Een loonvordering kan op basis van de wet in beginsel tot vijf jaar na de datum waarop het loon opeisbaar (ofwel verschuldigd) is geworden, worden afgedwongen. Daarna is deze vordering verjaard. Maar geldt deze termijn wel altijd als de werknemer niet eerder heeft geklaagd?

Deze vraag speelde in een zaak bij het gerechtshof Amsterdam. Wat was hier nu gebeurd?

Feiten en omstandigheden

De werknemer was op 14 september 2012 in dienst getreden bij de werkgever in de functie van medewerker bediening. Op de arbeidsovereenkomst was de cao Koninklijke Horeca Nederland van toepassing. Het dienstverband eindigde op 3 januari 2017. Tijdens het dienstverband kreeg de werknemer structureel de overuren ontstaan tijdens het werken na sluitingstijd niet uitbetaald. Op 19 november 2018, een jaar en tien maanden na uitdiensttreding, maakte de werknemer aanspraak op nabetaling van vergoedingen op grond van de cao ten bedrage van in totaal € 40.532,27 bruto.

Oordeel rechter

De kantonrechter wees de loonvordering toe tot een bedrag van € 2.428,44 bruto. De werknemer was het hier niet mee eens en stelde hoger beroep in.

De werkgever stelde in hoger beroep dat de werknemer niet meer overuren kon vorderen dan al betaald waren, omdat de werknemer de klachtplicht zou hebben geschonden. Op basis van de wet moet een schuldeiser binnen bekwame tijd nadat hij een gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had kunnen ontdekken, daarover protesteren bij de schuldenaar anders kan hij geen beroep meer doen op dat gebrek. De werknemer had niet eerder dan 19 november 2018 geklaagd over het niet uitbetalen van de overuren.

Het hof overweegt dat de rechtspraak en literatuur verdeeld is over het toepassingsbereik van de klachtplicht in het arbeidsrecht als het gaat om vorderingen over achterstallig loon. Als het gebrek duidelijk kenbaar is voor de werknemer, ontbreken er volgens het hof goede gronden om de klachtplicht buiten beschouwing te laten. Tussen een werkgever en een werknemer bestaat echter een ongelijkheid. Ter bescherming van de werknemer moet een beroep van de werkgever op schending van de klachtplicht daarom terughoudend getoetst worden.

In deze kwestie wist de werknemer dat hij aanspraak had op compensatie van de overuren. De werknemer had loonstroken ontvangen en daarop was zichtbaar dat de overuren die structureel werden gemaakt na sluitingstijd, niet werden uitgekeerd. Daarom had de werknemer tijdig, vanaf het moment dat hij op de loonstroken kon zien dat de overuren niet uitgekeerd werden, hierover moeten klagen bij de werkgever. De werknemer heeft dit niet gedaan.

Het idee achter de klachtplicht is dat een schuldenaar zich niet oneindig hoeft in te stellen op eventuele vorderingen. Door het tijdverloop kan het ook lastig zijn om nog verweer te voeren tegen een vordering. De cao bepaalde in dit geval dat de overuren in principe in tijd werden gecompenseerd. Alleen wanneer dit niet mogelijk was, zouden de overuren in geld worden uitbetaald. Nu de werkgever zodanig laat wordt geconfronteerd met het niet uitkeren van de overuren, kan werkgever hier niets meer aan doen en kunnen de overuren ook niet meer in tijd worden gecompenseerd omdat het dienstverband al geëindigd is. Het hof oordeelt dat het beroep van werkgever op schending van de klachtplicht door de werknemer slaagt en wijst de vordering van werknemer ten aanzien van de overuren af.

Conclusie

Wanneer een werknemer dus weet dat hij recht heeft op bepaalde vergoedingen maar hierover (gedurende een langere periode) zijn mond houdt richting de werkgever, loopt hij het risico hiermee zijn klachtplicht te schenden. De werknemer geeft daarmee zijn loonvordering prijs. Of dit beroep op schending van de klachtplicht ten aanzien van een loonvordering vaker wordt aangenomen in de rechtspraak is de vraag. Een werknemer heeft op basis van de wet vijf jaar de tijd om een loonvordering af te dwingen. Een werknemer kan ook ‘bang’ zijn voor represailles van de werkgever wanneer hij klaagt over een loonvordering. In dat geval is het goed denkbaar dat een werknemer zijn mond houdt gedurende het dienstverband en pas daarna (met terugwerkende kracht) aanspraak maakt op vergoeding.

Gepubliceerd op LinkedIn: 27 mei 2022

Nieuws & Kennis

AlgemeenWorkshops en opleidingen
15 januari 2026

Vanwege overweldigend succes in de herhaling! Cursus ZW ERD voor bedrijfsartsen en arbeidsdeskundigen: do’s and don’ts (17 maart 2026)

JTVCc2hvd3NjYXRzJTVEIn 2025 gaven we onze cursus "ZW-ERD voor bedrijfsartsen en arbeidsdeskundigen: do’s & don’ts" maar liefst vier keer. Heb je…
AlgemeenArbeidsrechtDilemma VrijdagRechtspraakSamantha Kranenburg
6 februari 2026

Dilemma Vrijdag: Is structurele werkdruk en claim ‘werkgever heeft mij ziek gemaakt’ genoeg voor een hoge billijke vergoeding?

JTVCc2hvd3NjYXRzJTVE𝐄𝐞𝐧 𝐰𝐞𝐫𝐤𝐧𝐞𝐦𝐞𝐫 𝐭𝐫𝐞𝐤𝐭 𝐚𝐥 𝐞𝐞𝐧 𝐭𝐢𝐣𝐝 𝐚𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐛𝐞𝐥: 𝐡𝐞𝐭 𝐢𝐬 𝐝𝐫𝐮𝐤, 𝐭𝐞 𝐝𝐫𝐮𝐤. 𝐄𝐫 𝐰𝐨𝐫𝐝𝐭 𝐛𝐢𝐣𝐠𝐞𝐬𝐜𝐡𝐚𝐤𝐞𝐥𝐝, 𝐞𝐫 𝐯𝐨𝐥𝐠𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐬𝐩𝐫𝐞𝐤𝐤𝐞𝐧,…
AlgemeenAnnemarie BusseArbeidsrechtNatascha SchenkUitgelichtZiekte en verzuim
4 februari 2026

Law Talk 131: Wat is de waarde van het advies van de bedrijfsarts?

JTNDaDMlMjBzdHlsZSUzRCUyMmNvbG9yJTNBJTIwJTIzMDA4YzliJTNCJTIyJTNFJTVCcG9zdF9wdWJsaXNoZWQlNUQlM0MlMkZoMyUzRQ==JTVCc2hvd3NjYXRzJTVEIn deze aflevering van Law Talk geven mr. Natascha Schenk en mr. Annemarie Busse antwoord op de vraag welke waarde…