Dilemma vrijdag: ziek door een privéconflict met de werkgever, recht op een extra vergoeding?
Dilemma vrijdag 😎 Je werknemer valt uit met psychische klachten en stelt dat jouw organisatie hem ziek heeft gemaakt. Na twee jaar ziekte zeg je op met toestemming van het UWV. Dan komt het: de werknemer claimt € 100.000 billijke vergoeding, aanvulling tot 100% loon én een WIA-aanvulling tot seniorenleeftijd. Is dit terecht?
Juridisch kader
Bij opzegging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid (art. 7:669 lid 3 sub b BW) kan een werknemer alleen een billijke vergoeding krijgen als de opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (art. 7:682 lid 1 sub c BW). Dat is een hoge lat: het gaat niet om kleine fouten of gemiste kansen in de re-integratie, maar om grove veronachtzaming van verplichtingen, met een duidelijk causaal verband tussen dat verwijt en het ontslag.
Soms geeft de CAO een aanvullend recht indien er sprake is van een beroepsziekte. Maar wanneer is nou sprake van een (psychische) beroepsziekte? De CRvB heeft de lijn duidelijk neergezet: er moet sprake zijn van werkomstandigheden die objectief bezien een buitensporig karakter moeten hebben. De individuele gevoeligheid van de werknemer telt daarbij niet mee.
De uitspraak
Een heffingsambtenaar van de Belastingdienst raakt jarenlang verwikkeld in een privéconflict met de fiscus en wordt als gevolg hiervan ziek. De re-integratie loopt vast, mede omdat de bedrijfsarts oordeelt dat het privéconflict met de werkgever eerst opgelost moet worden. na 2 jaar ziekte wordt de arbeidsovereenkomst opgezegd met UWV-toestemming en betaling van € 94.000 transitievergoeding. De werknemer meent dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en vordert o.a. een hoge billijke vergoeding.
Het hof Arnhem-Leeuwarden wijst alle claims af. Geen billijke vergoeding: de werkgever had weliswaar eerder in gesprek kunnen gaan, maar van ernstig verwijtbaar handelen is geen sprake. Dat het UWV mogelijk re-integratiekansen gemist acht, maakt dat niet anders – de lat in de Wwz ligt hoger dan het UWV-toetsingskader.
Ook was er geen beroepsziekte in de zin van de cao: de werkomstandigheden waren voor de werknemer ontegenzeggelijk zwaar, maar objectief bezien niet buitensporig. De verhoogde subjectieve beleving weegt juridisch niet mee.
Tip voor werkgevers 💡
Komt een werknemer met een beroepsziekteclaim op basis van de cao, realiseer je dan dat het buitensporigheidsvereiste een juridische kwalificatie is en niet louter een medisch oordeel. Laat dat niet alleen door de bedrijfsarts bepalen!
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1901
Gepubliceerd op LinkedIn, 10 april 2026


